Tagarchief: poëzie

mist

het zou fijn zijn als je hier was
als we simpel samen
waren
we maar samen hier

twee mensen
geen zorgen
ik ben er
het komt goed
niet huilen
ik troost je
jij maakt het leven zoet

en zo zouden we de nacht doorbrengen
als vuur en water die met elkaar vermengen
heet en koud en vreemd en vertrouwd

ik zou je niet willen missen

Onze woorden

Soms weet ik niet zo goed wat ik moet zeggen. Ik word overvallen door een gevoel van jaloezie als ik in de tekst van een mooi liedje precies de woorden vind waar ik zo naar zocht. Ook ben ik dan een beetje boos: ze hebben zich verstopt en zijn door de mond van een ander naar buiten gekomen. Ze hebben me verraden, die woorden.

De woorden die ik jou wil zeggen, liggen echter op het puntje van mijn tong.

Ik mis je. Je hoort hier te zijn, bij mij. Ik wil je, was je maar hier. Was je maar hier, bij mij.

Zachtjes spreek ik ze uit. Ze weerkaatsen in de duisternis. Ze bezorgen me kippenvel en vergroten de eenzaamheid. Ik zou willen dat ik ze niet had kunnen vinden.

Verliefd

Soms word ik heel warm vanbinnen
Onverklaarbaar warm gevoel
Soms weet ‘k zelf niet wat ‘k bedoel
Dat krijg je van al dat beminnen

Puberale gevoelens, vlagen hormonen
Ze vliegen constant in het rond
En soms strooi jij zout in een open wond
Zelfs daarvoor zal ‘k je belonen

Je bruine ogen, die zo stralen
Dat ik het niet meer hebben kan
Soms mag ik daar ook best van balen

Als je me belt, word ik verblind
Wezenloos, gelijk een kind
’t Is wat men wordt, wanneer men bemint.