Tagarchief: liefde

Gedichtje: ‘Logica’

Als A, dan B
dus ik weet dat B
indien ik weet dat A

Da’s wetenschap
een grote grap
want als ik voor jou sta

Dan is ineens
de waarheid nog
veel simpeler dan A

Advertenties

Maandagmiddagcolumn: “Zeg eens iets filosofisch”

Het internet heeft me altijd al gefascineerd: het is net een bruine kroeg waarin mensen bij elkaar komen die elkaar niet of maar vaag kennen. Ideeën worden uitgewisseld, grapjes worden gemaakt, sigarettenrook vult de ruimte en het bier vloeit rijkelijk. Het kan al gauw voelen alsof je nieuwe vrienden hebt gemaakt. En de volgende dag, als je wakker wordt in je eigen bed, waar je de ruimte hebt om even afstand te nemen en de avond te overdenken, realiseer je je dat het gros van de mensen met wie je hebt gepraat niet je type is. Dan nog heb je een leuke avond gehad.  Lees verder

mist

het zou fijn zijn als je hier was
als we simpel samen
waren
we maar samen hier

twee mensen
geen zorgen
ik ben er
het komt goed
niet huilen
ik troost je
jij maakt het leven zoet

en zo zouden we de nacht doorbrengen
als vuur en water die met elkaar vermengen
heet en koud en vreemd en vertrouwd

ik zou je niet willen missen

Schoonheid

De liefde die je uitstraalt en met iedereen deelt,
de zorgzaamheid die alles overschaduwt,
die maken jou wat je bent: bewonderenswaardig sterk.

Je bent prachtig,
maar wanneer je tranen op mijn schouder vallen omdat ze niet meer in je ogen passen,
wanneer je je aan me vastklampt alsof ik de wereld ben,
met kwetsbare angst in je ogen naar me opkijkt en vraagt:

“Is mijn hart wel groot genoeg?”

Dan ben je op je mooist.

Liefde gaat door de maag

Op kinderfeestjes was ik altijd al degene die de meeste pannenkoeken at. Ik ben in dat opzicht heel asociaal: als ik écht ergens van houd, vreet ik het op of het niets meer dan lucht is.

Zo zal het ook gaan bij jou. Je mag je best op mijn bord werpen, maar ik zal mijn tanden in je huid zetten voor je ‘liefde’ kunt zeggen. Ik zal je verslinden. Ik zal bij elke hap meer spijt krijgen dat ik niets heb overgehouden voor later. En als ik je op heb, zal ik je alweer bijna vergeten zijn.

Het bord gaat in de vaatwasmachine. Wel zo makkelijk.

Onze woorden

Soms weet ik niet zo goed wat ik moet zeggen. Ik word overvallen door een gevoel van jaloezie als ik in de tekst van een mooi liedje precies de woorden vind waar ik zo naar zocht. Ook ben ik dan een beetje boos: ze hebben zich verstopt en zijn door de mond van een ander naar buiten gekomen. Ze hebben me verraden, die woorden.

De woorden die ik jou wil zeggen, liggen echter op het puntje van mijn tong.

Ik mis je. Je hoort hier te zijn, bij mij. Ik wil je, was je maar hier. Was je maar hier, bij mij.

Zachtjes spreek ik ze uit. Ze weerkaatsen in de duisternis. Ze bezorgen me kippenvel en vergroten de eenzaamheid. Ik zou willen dat ik ze niet had kunnen vinden.

Geluk

Laatst liep ik over straat, op zo’n zomeravond waarop de warmte van de dag samensmelt met de koelte van de nacht. Het was rustig buiten. De zon ging langzaam onder, maar wierp nog een paar uur haar licht op de auto’s die langs de stoep geparkeerd stonden. Toen ik erlangs liep, zag ik het licht van de zon meebewegen met hun vorm. De weerspiegelingen in de lak van de auto hadden een oranje gloed en leken een heel eigen leven te leiden wanneer ik ze passeerde. Het was prachtig.

Soms zie ik dat er wat met je is. Als ik ernaar vraag, vertel je het meteen en dat vind ik fijn. Het is wel jammer dat ik door moet vragen om erachter te komen hoe je je erover voelt. Als je dat eenmaal vertelt, is het net of er een muur van spanning wegvalt. Jouw gedachten leiden niet langer een eigen leven, maar worden ineens de werkelijkheid. Toen dat laatst gebeurde, ben je in huilen uitgebarsten. Ik heb je tegen me aan gedrukt tot je weer rustig werd. Toen je betraande ogen me aankeken, veegde ik het vocht van je wangen. Ik stelde je gerust en je lachte weer. Het was prachtig.

Gisteravond zat ik na een lange avond oppassen met mijn vader op de bank. Hij babbelde wat en ik luisterde naar het regelmatige ritme van zijn woorden. Soms leken ze net een muziekstuk met een verborgen boodschap. Door mijn vermoeidheid had ik enige moeite die te onderscheiden.

Op een gegeven moment wees papa naar zijn sok. Er zat een groot gat in. “Snap jij dat nou? In al mijn sokken zitten gaten. Ik heb dringend nieuwe nodig.”
Ik grinnikte. Ik had namelijk sokken gekocht voor vaderdag.

Dat is voor mij geluk.

Zorgen

Soms maak ik me zo’n zorgen dat ik er helemaal gek van word. Ik maak me zorgen om anderen: mijn vrienden, kennissen, mensen op straat, mijn familie, docenten en om mezelf.

Gekmakend zijn ze, die zorgen. Je voelt je machteloos en je weet niet wat je ermee moet. Soms houd ik ze maar voor mezelf, want wat heeft iemand die een probleem heeft eraan te weten dat ik me zorgen maak? Voor je het weet, wordt het probleem nog groter dan het al was, puur omdat je je zorgen maakt. Uitgesproken zorgen laten een probleem vaak groter lijken dan het is.

Het probleem van zorgen is dat niemand ze weg kan nemen. Je bent niet door een derde partij gerust te stellen als je je zorgen maakt om iemand, want wat weet die derde partij er nou van? Het is aan de persoon om wie je je zorgen maakt om jou gerust te stellen. Mensen om wie ik bezorgd ben, hebben hun handen echter al vol aan zichzelf. Bovendien heeft het meestal geen zin om er een derde partij bij te betrekken, want die gaat zich alleen maar zorgen maken om de zorgen van de bezorgde. Niet handig, want zo verdubbelen de zorgen zich en daar heeft niemand wat aan.

Eigenlijk heb je überhaupt niets aan zorgen. Ze zitten in de weg, spoken door je hoofd, draaien in je gedachten alsmaar rondjes. Wat als – ja, maar – dan doe ik niks – is dat wel handig – ja, maar – wat als?

Je weet iets, maar je weet niet alles. Je wilt iets, maar er is niets wat je kunt doen. Je voelt je ongelooflijk nutteloos. Ergens ben je blij dat iemand je vertrouwt en met je wil delen wat er mis is, maar vervolgens zit je zelf net zo erg met het probleem als degene bij wie het vandaan komt.

En toch… Toch zou ik mijn zorgen nooit willen ruilen voor onwetendheid.

Verliefd

Soms word ik heel warm vanbinnen
Onverklaarbaar warm gevoel
Soms weet ‘k zelf niet wat ‘k bedoel
Dat krijg je van al dat beminnen

Puberale gevoelens, vlagen hormonen
Ze vliegen constant in het rond
En soms strooi jij zout in een open wond
Zelfs daarvoor zal ‘k je belonen

Je bruine ogen, die zo stralen
Dat ik het niet meer hebben kan
Soms mag ik daar ook best van balen

Als je me belt, word ik verblind
Wezenloos, gelijk een kind
’t Is wat men wordt, wanneer men bemint.