Tagarchief: facebook

Vijftien uur zonder telefoon

Laatst heeft mijn mobiele telefoon een dag uitgestaan. Niet omdat ik zo graag wilde weten hoe het is om zonder telefoon te leven, niet omdat hij kapot was, maar omdat ik mijn oplader ergens had laten liggen. Heel onhandig. Toen ik het ’s avonds ontdekte, lichtte ik als een gek iedereen in met wie ik veel contact heb. Ik kon nog net een tweet verzenden met het slechte nieuws en toen was het klaar. Over. Zwart beeld, niets aan te doen.

Ik krijg regelmatig te horen dat ik te veel met mijn telefoon bezig ben. Zelf snap ik nooit zo goed waarom: ik kijk er alleen op als ik een berichtje ontvang. Toch? Waar gebruik ik mijn telefoon eigenlijk voor? Dat werd me duidelijk toen het ochtend werd en mijn dagelijkse routine begon.

Handig joh, even met je smartphone het nieuws checken als je wakker wordt. Dat ging dus niet door. Eigenlijk wel lekker rustig, vond ik: van het leed in de wereld word ik toch niet wijzer. Ik stopte mijn trouwe iPhone in mijn broekzak toen ik van huis ging. Waarom? Ik had geen idee, maar het voelde veilig, terwijl ik natuurlijk heus wel wist dat hij met een lege batterij niets voor me zou kunnen betekenen. Hij was dan ook akelig stil, maar gek genoeg stoorde het me totaal niet. Tot ik, als eeuwige te-laatkomer, even wilde checken hoe laat het was.

Goed, het werd me al snel op nog veel meer manieren duidelijk hoe afhankelijk ik van mijn telefoon ben. Ik wilde een paar keer iets Googelen, maar daarvoor moest ik ineens naar een computer. Bij een leuke gedachte die ik normaal zou twitteren, moest ik een opschrijfboekje uit mijn tas halen – daarbij vergat ik overigens vaak ook een pen te pakken. Bovendien werd ik in de loop van de dag toch wel erg zenuwachtig van het idee dat ik onbereikbaar was. Wat als iemand me dringend nodig had? Dat was nog nooit voorgekomen, maar het zou kúnnen. Ik zag mijn vrienden er bovendien ook voor aan om te denken dat mij iets was overkomen zodra ik niet online zou zijn.

De nadelen van het altijd bereikbaar zijn vielen me ineens op, juist omdat ik het niet was. Toen ik na een hele ochtend en middag zonder werkende telefoon mijn oplader terug had, stak ik hem toch meteen in het stopcontact. De gewoonte was sterker dan de bezwaren en dat was ook aan mijn ontvangen berichten te zien. Juist de mensen die ik had ingelicht, hadden me talloze WhatsAppberichten gestuurd (in totaal ongeveer 150) en een paar hadden me zelfs gebeld, zich niet meteen bewust van het feit dat ik niet op kon nemen. Zo zie je maar: in de huidige tijd blijft informatie niet lang hangen. Deze blog zal je over een week hoogstwaarschijnlijk alweer vergeten zijn.

Advertenties

“Wil je dan ook schrijver worden?”

Mijn laatste blogbericht is van twee maanden geleden en daar schrik ik zelf van. Bloggen was iets wat ik zo’n beetje wekelijks deed en nu heb ik er steeds geen tijd voor. En hoe meer je te doen hebt, hoe sneller de tijd verstrijkt zonder dat je er erg in hebt.

In die blogloze periode heb ik dus niet stil gezeten. Het was druk op school en ik deed er zowaar mijn best – dat doe ik nog steeds. Natuurlijk ben ik niet alleen maar met school bezig geweest, ik heb ook veel nieuwe mensen leren kennen. Dat zorgde regelmatig voor schaamte aan mijn kant, want hoe zorg je dat het niet opvalt dat je niemands naam kunt onthouden als iedereen op het feestje elkaar kent?

Soms kom ik iemand voor de tweede keer tegen en krijg ik ineens de opmerking: “Ik zag op Facebook dat je een blog hebt.” Ja, wat zeg je dan? “Goh, dan ken je me al duizend keer beter dan ik jou”? Ik heb op zo’n moment niet eens de tijd om even te verwerken dat de persoon in kwestie mijn diepste emoties al voor onze tweede ontmoeting gelezen kan hebben, want meestal volgt onmiddellijk de onvermijdelijke vraag: “Wil je dan ook schrijver worden?” En op die vraag heb ik simpelweg geen antwoord. Vaak zeg ik: “Ik wil schrijven, ja,” waarna de meeste mensen schaapachtig naar me knikken, even om zich heen kijken en dan over iets anders beginnen. Sommigen fronsen echter hun wenkbrauwen en wachten op een antwoord op de vraag die in de lucht blijft hangen: “Wat is in vredesnaam het verschil?” En laat ik daar nou wél een antwoord op hebben.

Wat is een schrijver? Iemand die schrijft? Wat mij betreft niet. Iedereen kan schrijven. Je hoeft maar een WordPress-blog aan te maken. Geef die blog de meest voor de hand liggende naam die je kunt bedenken, bijvoorbeeld je eigen. Zet woorden naast en achter en onder elkaar, klik op publiceren en je bent klaar. Toch? Schrijven is niet veel meer dan dat, maar een schrijver doet zulke dingen al lang niet meer. Vroeger was een schrijver misschien nog iemand die schreef. De oorsprong van het woord zal daar dan ook ongetwijfeld iets mee te maken hebben. Mijn beeld van een schrijver is iemand die hele dagen achter zijn bureau doorbrengt, bij voorkeur door een pijp en een fles sterke drank vergezeld. Het bureau staat aan het raam, maar toch is het donker. De schrijver worstelt met zijn woorden, probeert ze te laten dansen, maar niet te veel. Hij wil dat ze zich naar zijn zin gedragen en dat gaat lang niet altijd volgens plan, maar áls het een keer volgens plan gaat, kan de schrijver zijn geluk niet op. Hij is niet bij zijn bureau weg te slaan, niet als het schrijven goed gaat, maar ook niet als het slecht gaat. Hij haat zijn woorden, maar hij houdt ook van ze. Hij is een intelligent en gecompliceerd wezen en bij voorkeur sociaal gehandicapt.

Die beschrijving gaat allang niet meer op. Tegenwoordig is een schrijver iemand die zijn mening geeft op televisie. Iemand die af en toe eens een boekje laat uitgeven, “voor de leuk” of “omdat het brood zichzelf niet op de plank brengt”. Tegenwoordig is een schrijver niet meer bezig met schrijven. Een schrijver is bezig zijn stem te laten horen. Niet heel gek, want wie koopt er nou nog boeken? Schrijvers moeten zich overmatig profileren om nog gezien te worden. Dat is hoe het tegenwoordig gaat en ik weiger eraan mee te doen. Misschien moet ik voortaan maar antwoorden met: “Nee, ik wil geen schrijver worden, want schrijvers schrijven niet.”