Categorie archief: Gedichtjes

Gedichtje: ‘Logica’

Als A, dan B
dus ik weet dat B
indien ik weet dat A

Da’s wetenschap
een grote grap
want als ik voor jou sta

Dan is ineens
de waarheid nog
veel simpeler dan A

Advertenties

Vroeger, nu en later

Het moge duidelijk zijn dat ik probeer het bloggen weer op te pakken. Vroeger blogde ik wekelijks, niet alleen omdat ik het leuk vond, maar ook en met name om te oefenen met schrijven en het halen van deadlines. Ik was zestien toen ik ermee begon en ik dacht dat ik iets van de wereld begreep. Inmiddels zijn we meer dan drie jaar verder. Er is een tijd geweest waarin ik niet blogde, waarvoor ik allerlei redenen had, en ik merk nu dat het best lastig is om weer op te schrijven wat er in me omgaat.  Lees verder

mist

het zou fijn zijn als je hier was
als we simpel samen
waren
we maar samen hier

twee mensen
geen zorgen
ik ben er
het komt goed
niet huilen
ik troost je
jij maakt het leven zoet

en zo zouden we de nacht doorbrengen
als vuur en water die met elkaar vermengen
heet en koud en vreemd en vertrouwd

ik zou je niet willen missen

Verliefd

Soms word ik heel warm vanbinnen
Onverklaarbaar warm gevoel
Soms weet ‘k zelf niet wat ‘k bedoel
Dat krijg je van al dat beminnen

Puberale gevoelens, vlagen hormonen
Ze vliegen constant in het rond
En soms strooi jij zout in een open wond
Zelfs daarvoor zal ‘k je belonen

Je bruine ogen, die zo stralen
Dat ik het niet meer hebben kan
Soms mag ik daar ook best van balen

Als je me belt, word ik verblind
Wezenloos, gelijk een kind
’t Is wat men wordt, wanneer men bemint.

Mijn grootste wens

Dichten. Het is iets waarvoor ik altijd al belangstelling heb gehad. In groep vier las ik in de klas regelmatig een boek dat Ziezo heette. Er stonden versjes van Annie M. G. Schmidt in, die ik almaar opnieuw kon lezen. Ze verveelden me nooit.

Zelf heb ik ook gedicht. Ik heb, geloof ik, ergens op mijn kamer nog een schrift liggen waar gedichtjes in staan die ik schreef toen ik een jaar of twaalf was. Mijn eigen creaties stelden me echter nooit tevreden; ze liepen net niet lekker of het rijmen wilde niet lukken. Toen ik wat ouder werd, leerde ik sinterklaasgedichten schrijven. Ook dan worstelde ik met de lengte van de strofen, de rijmschema’s en het ritme.

Ik heb nooit gehouden van dingen die me veel moeite kosten, omdat ik vrij lui van aard ben. Hierdoor raakte het dichten een beetje op de achtergrond, tot een paar dagen geleden.

Tijdens de lessen Nederlands op school deelde de docent ineens een in elkaar geniet boekje uit waar gedichten in stonden. Hij zei dat wij, de leerlingen, er een aantal moeten uitkiezen. Waarvoor dat precies moet, ben ik uiteraard vergeten, maar ik besloot eens in het boekje te lezen. Er staan steeds nieuwere gedichten in het boekje en de tijd waarin ze geschreven zijn, varieert van de Middeleeuwen tot nu. Toen ik een begin maakte met lezen, merkte ik dat mijn liefde voor poëzie al snel weer naar boven kwam. Vooral de gedichten ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot, ‘Sonnet’ van P. C. Hooft en ‘De zelfmoordenaar’ van Piet Paaltjens spraken me erg aan.

Gisteravond heb ik met mijn vader een aantal van deze gedichten gelezen en besproken. Ik kreeg inspiratie en heb zelf ook weer eens een poging gewaagd tot het vormen van een gedicht:

Mijn grootste wens

Vroeger staarde je vooruit
Zonder iets te zien
Ik keek naar jou
En strekte gauw
Mijn handje naar je uit.

Ik was nog klein, mijn haren blond
Het leek me fijn, dat dit bestond

Maar
Mijn hand liet je los
Je haren zo ros
En ik dacht dat ze zwart waren

Ze krullen nu nog, die haren
Maar jij bent een ander mens
En soms pak je mijn hand
Dat was mijn grootste wens.