Maandagmiddagcolumn: “Ik voel mijn hersencellen wegsijpelen”

Over het algemeen wordt er weinig kritiek geleverd op mijn blog. Als het wel gebeurt, dan vind ik dat prettig: iemand heeft iets van me gelezen en diegene ziet ruimte voor verbetering. Dat betekent dat ik niet stil hoef te staan. Ik vraag dan ook altijd om een toelichting. Van kritiek proberen te leren zonder dat je weet waar deze over gaat, is namelijk net zoiets als een boek proberen te begrijpen terwijl je niet kunt lezen.

Gisteren ontving ik op ask.fm een anoniem bericht. Ik citeer: 

“Ik voel mijn hersencellen wegsijpelen als ik je filosofieblogje lees. Jezus heilige kanker wat ben jij waardeloos in schrijven.”

Mijn vraag om toelichting op deze kritiek is helaas nog niet beantwoord.

Een jaar of twee geleden zou ik hier aanstoot aan hebben genomen. Nu niet meer. Ik weet dat er mensen zijn die mijn blog lezen. Elke keer dat ik iets opschrijf en publiceer, ben ik me bewust van de mogelijkheid dat iemand het niet zal waarderen. Het is volledig aan mij om dat te leren accepteren en volgens mij ben ik aardig op weg.

Ik weet dat mijn schrijven nog te wensen over laat en het doet me goed als mensen me helpen om het te verbeteren, of dat nu hun intentie is of niet. Daarvoor moet ik, zoals gezegd, natuurlijk wel begrijpen waar hun commentaar over gaat. Daarom heb ik geprobeerd te begrijpen waar mijn eerste echte criticus op doelt.

Uit de kritiek leid ik af dat ik domme dingen opschrijf. Welke dingen dat precies zijn, weet ik niet. De term ‘filosofieblogje’ klinkt denigrerend, maar slaat deze op de filosofie in het algemeen, op mijn blog, of op mijn toepassing van het eerste op het tweede? (Overigens pretendeer ik nergens dat mijn blog iets met filosofie te maken heeft: ik zeg alleen dat ik filosofie studeer. Daarmee zeg ik iets over mij als persoon, niet per se over mij als schrijver. Dit terzijde.) Dat iemand zijn of haar hersencellen heeft voelen ‘wegsijpelen’ vind ik heel vervelend voor hem of haar, maar ik kan ze moeilijk terug stoppen, lijkt me. Het commentaar kan dus onmogelijk als verzoek zijn bedoeld, tenzij het is bedoeld als verzoek om te stoppen met schrijven, maar waarom zou ik dat op basis van één bericht doen? Eerlijk gezegd kan ik er zo weinig uit opmaken dat ik er maar vanuit ga dat de afzender gewoon een hekel aan me heeft, al zie ik nergens staan waarom. Ook daar kan ik dus niets mee.

Dit commentaar doet me vrij weinig. Ik voel me niet aangesproken, omdat het me nergens op aanspreekt. Ik richt me maar even tot de criticus: als je me wilt raken, dan kun je beter een inhoudelijke aanmerking geven op mijn optreden of daden, zoals Van Dale voorstelt. Stamp voor mijn part alles wat ik zeg en doe de grond in. Als je uitlegt waarom iets je niet aanstaat, kan ik er misschien wat aan veranderen. Dat zou zowel in mijn als in jouw voordeel werken, aangezien je dan geen boze asks meer hoeft te sturen. Je zou er ook voor kunnen kiezen om gewoon niet te lezen wat ik opschrijf, trouwens. Welke keuze je ook maakt: ik wil je bedanken. Niet voor je kritiek, maar voor het bieden van inzicht in hoe kritiek werkt. Zoals jij het levert, werkt het niet zo goed, in elk geval. Je motiveert me alleen maar om meer te schrijven: oefening baart kunst.

Hopelijk heeft dit stuk niet al te veel hersencellen doen wegsijpelen. Zo wel, dan hoor ik graag waarom.

Advertenties

Een gedachte over “Maandagmiddagcolumn: “Ik voel mijn hersencellen wegsijpelen”

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s