Op verzoek: de DWDD-generatie

De afgelopen tijd heb ik op Twitter gevraagd of er dingen waren waar jullie me graag over zouden zien schrijven. Dion ging daar op in door mij op http://ask.fm/gewoonmaartje het volgende te vragen:

Hoe denk jij over onze huidige generatie? Zijn we te verwend of weten we alle hedendaagse technologieën juist in ons voordeel te gebruiken?”

Ik antwoordde:
Verwend zijn we sowieso. Daarbij zijn we aan de ene kant overmatig kritisch en nemen we aan de andere kant veel dingen aan zonder er echt over na te denken. We weten de technologie vaak in ons voordeel te gebruiken, maar we raken er soms ook in verstrikt. Wil je dat ik dit uitwerk in een blogpost, of is het wel goed zo?”

Het was nog niet goed zo, dus hier gaan we. 

Ten eerste is het nuttig om je af te vragen over welke generatie we het nou eigenlijk hebben. Dit had ik beter aan Dion kunnen vragen, maar omdat hij het heeft over ‘onze’ en ‘de huidige’ generatie, ga ik uit van de groep jongvolwassenen waartoe hij en ik allebei behoren. Ik noem ons maar even de iPhone 4-generatie. De laatste studiefinancieringgeneratie. De DWDD-generatie. Zoiets. Daar wil ik nog aan toevoegen dat ik het ga hebben over het deel van de wereld waarin hij en ik ons bevinden. Ik kan namelijk niet overzien hoe ‘onze’ generatie eraan toe is in, ik zeg maar wat, China. Maar goed.

Ik denk dat onze generatie verwend is. Het gaat namelijk best goed in de (westerse) wereld. Niet in elk opzicht, natuurlijk, maar ik hoor meneren op de televisie vaak beweren dat er meer welvaart en minder armoede is dan, pakweg, vijftig jaar geleden. Die meneren hebben er verstand van, dus wat doe je dan? Je neemt het aan. Het zou arrogant zijn om hun expertise in twijfel te trekken en bovendien is het onhaalbaar om zelfstandig onderzoek te doen naar de mate waarin het goed gaat met ons als wereldbevolking. “Ga jij morgen even heel Azië interviewen? Dan richt ik me op Afrika.” Kon het maar, want nu hebben we eigenlijk geen keus dan uitgaan van het onderzoek van deskundigen, waarbij we ook nog eens lang niet altijd kunnen overzien hoe deskundig die deskundigen zijn.

Bovenstaande is meteen een goed voorbeeld van ons (gedwongen) gebrek aan kritisch denken. Vroeger was er de Bijbel die de enige waarheid in pacht had, nu is dat de wetenschap. Daarmee zeg ik niets nieuws of origineels en ik keur dit alles ook niet per definitie af. Het lijkt me echter nuttig om ons af te vragen of dit een wenselijke ontwikkeling is. Ik zie namelijk zo veel quasi-wetenschappelijk verantwoorde studies langs komen in, bijvoorbeeld, mijn Facebookfeed, dat ik niet kan overzien wat er nou waar is en wat niet: alles wordt als feit gepresenteerd. Een televisieprogramma als Proefkonijnen is hier ook een mooi voorbeeld van. Misschien is het tijd dat we eens kritisch kijken naar wat wetenschap nou precies is. Er zijn in het verleden vele filosofen geweest die hebben geprobeerd vast te stellen aan wat voor eisen de wetenschap zou moeten voldoen en het zou verstandig kunnen zijn om die eisen te herzien.

Uit deze kritische houding, die in combinatie met mijn wil om in de wetenschap te geloven overigens een permanente tweestrijd oplevert, blijkt maar weer dat ik een kind van mijn generatie ben. Want, zoals gezegd: we zijn overmatig kritisch. We trekken van alles in twijfel, al gaat het hierbij voornamelijk om problemen waarvoor aandacht kan bestaan dankzij het gebrek aan grotere, meer urgente problemen. Dit wil niet zeggen dat we ons met onbelangrijke zaken bezig houden, maar we bevinden ons wel in een luxepositie. Je zou kunnen zeggen dat de welvaart ons kritisch heeft gemaakt. Ik struikel voor mijn gevoel dagelijks over de morele vraagstukken. Mogen mannen meer verdienen dan vrouwen? Hebben mensen het recht om wilde dieren gevangen te houden? Mag je zelf weten wat je zegt, ongeacht wie je daarmee beledigt? De lijst is eindeloos. Ethiek bestaat al sinds de Oudheid, maar dit soort problemen is niet altijd in dezelfde mate aanwezig geweest. Sommige voorgaande generaties konden het zich wellicht niet permitteren om over al deze zaken na te denken. Dat zou kunnen betekenen dat wij kritischer zijn dan zij.

Ik vermoed dat veel mensen zich op dit punt afvragen: hoe zit het met het internet? Maakt het internet ons misschien kritisch, of juist dom? Het feit dat het internet zo vervlochten is met onze tijdgeest maakt het natuurlijk heel moeilijk om daar een uitspraak over te doen. Toch denk ik niet dat het internet hetgeen is wat ons kritisch heeft gemaakt. Als er meer fundamentele problemen zouden zijn waar onze generatie zich mee bezig zou houden, dan zou dit net zo goed via het internet kunnen worden besproken. Vroeger werden er pamfletten verspreid en circuleerden er clandestiene manuscripten. Wat je zou kunnen beweren, is dat het internet de eventuele kritiek meer zichtbaar en meer persoonlijk heeft gemaakt. Dat wil niet zeggen dat er meer kritiek is, al valt dat ook niet volledig uit te sluiten, natuurlijk.

Ik denk dat we de technologie weten te gebruiken om onze kennis te vergroten en onszelf te profileren. Dat lijkt me iets goeds. Dan is er de manier waarop we in de technologie verstrikt raken, die, naar mijn idee, twee kanten heeft. Aan de ene kant schuilen er natuurlijk vele ‘gevaren’ in het overmatig gebruik van technologie. Er zijn tegenwoordig speciale afkickklinieken voor mensen die lijden aan een gameverslaving. Verslaving is iets menselijks; het is van alle tijden. Ik wil hier dan ook zeker niet beweren dat de technologie ons verslaafd maakt, maar voor potentiële verslaafden – en misschien behoort iedereen tot deze groep – vormen videogames wel een nieuw ‘gevaar’. Dit geldt overigens niet minder voor smartphones en sociale media. Aan de andere kant is er de onbegrensde toegang tot alle informatie die we maar willen. Het internet is net een enorme bibliotheek waarin je niet eens echt hoeft te zoeken om iets te weten te komen. Daarbij worden we permanent vergezeld door al onze vrienden, die we via sociale media kunnen bereiken. Altijd bereikbaar zijn is een vereiste geworden en ik weet niet of dat positief is. Persoonlijk word ik er wel eens zenuwachtig van, niet alleen omdat ik soms behoefte heb aan rust, maar ook en met name omdat ik niet zou weten wat ik zou moeten doen als ik om wat voor reden dan ook een keer niet bereikbaar ben.

Misschien is dat de tragiek van deze generatie: we kunnen alles doen wat we willen, maar daardoor kunnen we ook juist het overzicht verliezen en ons afhankelijk voelen van de technologie. De DWDD-generatie is uiteindelijk best een aardige term, en wel hierom: we zijn overmatig kritisch, maar we nemen wel wetenschappers in de arm die niet echt iets onderbouwen. We zijn verwend, maar we hebben het niet in de gaten, want er zijn nog steeds problemen en daarvoor hebben we meer aandacht dan voor de dingen die goed gaan. Hebben we ook een Van Nieuwkerk die ons stuurt zonder dat we het doorhebben? Wellicht, maar als ik ga uitwijden over welke figuren deze rol vervullen, wordt dit een erg cynisch stuk, vrees ik.

Is het goed zo, Dion? Ik hoop het.

Advertenties

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s