Maandelijks archief: juni 2012

Geluk

Laatst liep ik over straat, op zo’n zomeravond waarop de warmte van de dag samensmelt met de koelte van de nacht. Het was rustig buiten. De zon ging langzaam onder, maar wierp nog een paar uur haar licht op de auto’s die langs de stoep geparkeerd stonden. Toen ik erlangs liep, zag ik het licht van de zon meebewegen met hun vorm. De weerspiegelingen in de lak van de auto hadden een oranje gloed en leken een heel eigen leven te leiden wanneer ik ze passeerde. Het was prachtig.

Soms zie ik dat er wat met je is. Als ik ernaar vraag, vertel je het meteen en dat vind ik fijn. Het is wel jammer dat ik door moet vragen om erachter te komen hoe je je erover voelt. Als je dat eenmaal vertelt, is het net of er een muur van spanning wegvalt. Jouw gedachten leiden niet langer een eigen leven, maar worden ineens de werkelijkheid. Toen dat laatst gebeurde, ben je in huilen uitgebarsten. Ik heb je tegen me aan gedrukt tot je weer rustig werd. Toen je betraande ogen me aankeken, veegde ik het vocht van je wangen. Ik stelde je gerust en je lachte weer. Het was prachtig.

Gisteravond zat ik na een lange avond oppassen met mijn vader op de bank. Hij babbelde wat en ik luisterde naar het regelmatige ritme van zijn woorden. Soms leken ze net een muziekstuk met een verborgen boodschap. Door mijn vermoeidheid had ik enige moeite die te onderscheiden.

Op een gegeven moment wees papa naar zijn sok. Er zat een groot gat in. “Snap jij dat nou? In al mijn sokken zitten gaten. Ik heb dringend nieuwe nodig.”
Ik grinnikte. Ik had namelijk sokken gekocht voor vaderdag.

Dat is voor mij geluk.

Advertenties

Live and learn

Vandaag moesten we schrijven op school. Geen verslag of werkstuk, maar een betoog of beschouwing. We mochten uit verschillende onderwerpen kiezen en we worden becijferd op de kwaliteit van ons werk. Tijdens dit soort toetsen zijn de onderwerpen altijd vreselijk saai en uitgekauwd, vind ik: onder andere de verhoogde exameneisen, het Polenmeldpunt van Geert Wilders en comazuipen als maatschappelijk probleem waren onderwerpen waaruit wij, de leerlingen, konden kiezen. Ik koos voor het laatste.

Ik koos op gevoel. Wanneer ik dat doe, probeer ik vaak alsnog de reden achterhalen. Die reden is als volgt: ik heb ervaring met overmatig alcoholgebruik. Op schoolfeesten zie ik klasgenootjes omvallen, op huisfeesten zie ik vrienden en onbekenden steeds verder van de wereld raken en ik heb het zelf ook weleens meegemaakt. Toch vind ik dat er raar wordt gereageerd op deze kwestie. Wat ik namelijk nog veel vaker heb zien gebeuren, is dat het juist de volwassenen zijn die te ver gaan met alcohol. Dit is natuurlijk een generalisatie die niet altijd opgaat en die puur op mijn eigen ervaring is gebaseerd, maar dit hield ik wel in mijn achterhoofd toen ik vanmiddag die beschouwing zat te tikken.

Een halfuur en 662 woorden na mijn begintijd had ik nog steeds niet precies gezegd wat ik wilde zeggen, terwijl ik het wel even kwijt moet. Vandaar deze blog. Dit stuk is totaal niet bedoeld om de betweter of de prediker uit te hangen, maar om een punt te maken, en wel het volgende: jongeren leren echt wel van hun fouten. Als ze een paar keer kotsend boven de wc-pot hebben gehangen, denken ze een volgende keer heus wel drie keer na voordat ze weer te ver gaan. De meeste mensen die nu volwassen zijn, hebben ook in de loop der tijd geleerd wanneer ze moeten stoppen met drinken. Natuurlijk gaan zij ook nog wel eens de fout in, maar dat is alleen maar menselijk. Het zou me niets verbazen als elke dronken volwassene zo nu en dan flashbacks naar zijn of haar tienertijd heeft. Dit is dan ook een prachtige leeftijd: een leeftijd waarop iedereen de kans verdient om stomme dingen te doen. Een verhoging van de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol is geen oplossing voor het aantal ongelukken dat hiervan komt, dat is zowel in Nederland als in andere landen te zien. Hier wordt de 16-jaar-regel nu namelijk al omzeild (en ik kan het weten, want ik zit er middenin) en in landen met een hogere leeftijdsgrens is het misbruik vaak nog erger dan hier.

Volgens mij zijn het de ouderen die hier iets te leren hebben, niet de jongeren.

Zorgen

Soms maak ik me zo’n zorgen dat ik er helemaal gek van word. Ik maak me zorgen om anderen: mijn vrienden, kennissen, mensen op straat, mijn familie, docenten en om mezelf.

Gekmakend zijn ze, die zorgen. Je voelt je machteloos en je weet niet wat je ermee moet. Soms houd ik ze maar voor mezelf, want wat heeft iemand die een probleem heeft eraan te weten dat ik me zorgen maak? Voor je het weet, wordt het probleem nog groter dan het al was, puur omdat je je zorgen maakt. Uitgesproken zorgen laten een probleem vaak groter lijken dan het is.

Het probleem van zorgen is dat niemand ze weg kan nemen. Je bent niet door een derde partij gerust te stellen als je je zorgen maakt om iemand, want wat weet die derde partij er nou van? Het is aan de persoon om wie je je zorgen maakt om jou gerust te stellen. Mensen om wie ik bezorgd ben, hebben hun handen echter al vol aan zichzelf. Bovendien heeft het meestal geen zin om er een derde partij bij te betrekken, want die gaat zich alleen maar zorgen maken om de zorgen van de bezorgde. Niet handig, want zo verdubbelen de zorgen zich en daar heeft niemand wat aan.

Eigenlijk heb je überhaupt niets aan zorgen. Ze zitten in de weg, spoken door je hoofd, draaien in je gedachten alsmaar rondjes. Wat als – ja, maar – dan doe ik niks – is dat wel handig – ja, maar – wat als?

Je weet iets, maar je weet niet alles. Je wilt iets, maar er is niets wat je kunt doen. Je voelt je ongelooflijk nutteloos. Ergens ben je blij dat iemand je vertrouwt en met je wil delen wat er mis is, maar vervolgens zit je zelf net zo erg met het probleem als degene bij wie het vandaan komt.

En toch… Toch zou ik mijn zorgen nooit willen ruilen voor onwetendheid.