Maandelijks archief: maart 2012

Mijn grootste wens

Dichten. Het is iets waarvoor ik altijd al belangstelling heb gehad. In groep vier las ik in de klas regelmatig een boek dat Ziezo heette. Er stonden versjes van Annie M. G. Schmidt in, die ik almaar opnieuw kon lezen. Ze verveelden me nooit.

Zelf heb ik ook gedicht. Ik heb, geloof ik, ergens op mijn kamer nog een schrift liggen waar gedichtjes in staan die ik schreef toen ik een jaar of twaalf was. Mijn eigen creaties stelden me echter nooit tevreden; ze liepen net niet lekker of het rijmen wilde niet lukken. Toen ik wat ouder werd, leerde ik sinterklaasgedichten schrijven. Ook dan worstelde ik met de lengte van de strofen, de rijmschema’s en het ritme.

Ik heb nooit gehouden van dingen die me veel moeite kosten, omdat ik vrij lui van aard ben. Hierdoor raakte het dichten een beetje op de achtergrond, tot een paar dagen geleden.

Tijdens de lessen Nederlands op school deelde de docent ineens een in elkaar geniet boekje uit waar gedichten in stonden. Hij zei dat wij, de leerlingen, er een aantal moeten uitkiezen. Waarvoor dat precies moet, ben ik uiteraard vergeten, maar ik besloot eens in het boekje te lezen. Er staan steeds nieuwere gedichten in het boekje en de tijd waarin ze geschreven zijn, varieert van de Middeleeuwen tot nu. Toen ik een begin maakte met lezen, merkte ik dat mijn liefde voor poëzie al snel weer naar boven kwam. Vooral de gedichten ‘Het huwelijk’ van Willem Elsschot, ‘Sonnet’ van P. C. Hooft en ‘De zelfmoordenaar’ van Piet Paaltjens spraken me erg aan.

Gisteravond heb ik met mijn vader een aantal van deze gedichten gelezen en besproken. Ik kreeg inspiratie en heb zelf ook weer eens een poging gewaagd tot het vormen van een gedicht:

Mijn grootste wens

Vroeger staarde je vooruit
Zonder iets te zien
Ik keek naar jou
En strekte gauw
Mijn handje naar je uit.

Ik was nog klein, mijn haren blond
Het leek me fijn, dat dit bestond

Maar
Mijn hand liet je los
Je haren zo ros
En ik dacht dat ze zwart waren

Ze krullen nu nog, die haren
Maar jij bent een ander mens
En soms pak je mijn hand
Dat was mijn grootste wens.

Advertenties

Oma’s poëziealbum

Oma staarde voor zich uit en ik rommelde wat in de la van de donkerbruine salontafel die middenin haar huiskamer stond. De tafel en de kamer waren van haar, want opa was er niet meer. Ik was een jaar of acht, mijn haren waren lichtblond. Het regende buiten.

“Oma, wat is dit?” Ik zag een boekje liggen met een rode kaft. Iemand had er een plaatje van een katje opgeplakt. Oma schrok op uit haar dagdroom en vertelde mij dat dat haar oude poëziealbum was. Ze legde haar hand op mijn schouder en glimlachte toen ik vroeg of ik er in mocht kijken.

Het openen van het boekje was spannend. Ik had het idee dat ik een exclusief kijkje in oma’s verleden zou krijgen. Ooit had oma de leeftijd gehad waar ik zo naar uitkeek: oma was ooit een tiener geweest.

Het eerste versje las ik voor. Oma luisterde mee. Ik bekeek het plaatje dat naast het keurige, handgeschreven schrijfwerkje was geplakt. Zulke plaatjes stonden op bijna elke bladzijde. Ze sierden het album met hun glitters en kleur, alsof ze er pas gisteren plaats hadden genomen. Nadat we samen de plaatjes hadden bekeken, ging ik verder met het voorlezen van de versjes.

“Wie heeft dat geschreven?” vroeg oma ineens. Ik keek haar geschokt aan, me bewust van wat er komen zou. Ik las de naam die onder het versje stond, waarna ik mijn blik op oma’s gezicht richtte. In gedachten was ze heel ver weg, dat kon ik zien: ze was in een ver verleden. Na een tijdje zei ze dat ze zich afvroeg hoe het nu met de vriendin van het versje zou zijn. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen, maar oma wist het wel: ze vroeg of ik nog wat verder wilde lezen.

Versje na versje, naam na naam; het leek wel of we uren aan het lezen waren. Oma’s zussen en nichten hadden in het album geschreven. Er stond ook een versje van oma’s moeder in.
“Oh, gut,” zei oma plotseling. Ze pakte het album uit mijn handen en las de bladzijde drie keer over. Daarna legde ze het album op haar schoot. Ik keek ademloos toe.

Oma staarde in de verte. Ik zag dat ze zich iets realiseerde. Haar verleden zou nooit meer het heden worden. Ze had geen tijd meer om haar dromen waar te maken. Ze zou de mensen die ze vroeger om zich heen had, nooit meer zien. Ze had alleen haar kinderen en kleinkinderen nog, wie hetzelfde lot te wachten stond. Er rolde een traan over haar wang. Ze veegde hem met bevende handen af, sloeg haar zachte armen om me heen en vroeg met een lichte trilling in haar stem of ik iets lekkers wilde.